Handelingsgericht / opbrengstgericht werken

Handelingsgericht werken (HGW)
De kern van HGW is , dat niet wordt uitgegaan van wat het kind niet kan, maar van wat het kind wel kan. Deze mogelijkheden worden zoveel mogelijk verzameld door samen te werken, met het kind, de ouders, collega’s en externen, zodat kan worden bepaald welke mogelijkheden het kind heeft en wat de leerkracht daarmee kan en moet.

De werkwijze in de praktijk.

In de groepen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de onderwijsbehoeften van kinderen. We werken regelmatig in drie (sub) groepen om een onderscheid te kunnen maken tussen gewone instructie, minder instructie (voor de kinderen die meer aankunnen) en extra instructie (voor de kinderen die extra uitleg en/of tijd nodig hebben). Een doelgerichte en doordachte organisatie van het werken in de klas helpt om tegemoet te komen aan wat kinderen nodig hebben.

Het op schoolniveau werken met groepsdocumenten, groeps- en individuele plannen geeft een duidelijk beeld van de groep en van individuele leerlingen. Overleg hierover en het leren van elkaar door de leerkrachten en IB-er.

Opbrengstgericht werken (OGW)
De school wil een opbrengstgerichte school zijn en dat betekent dat de leerkrachten en de directie samen concrete, meetbare en haalbare doelen stellen en proberen deze gestelde doelen te bereiken.De opbrengsten verbeteren van een school vraagt om een samenhangende onderwijskundige aanpak op alle niveaus binnen onze school.

Opbrengsten verbeteren gebeurt op vier niveaus en wel op:

  • schoolniveau;
  • groepsniveau;
  • leerlingniveau;
  • stichtingsniveau.

Op schoolniveau  is de algehele kwaliteitszorg van groot belang. Er is aandacht voor goede leerprestaties om hier weer iets van te leren. Het afnemen van toetsen wordt georganiseerd en systematisch vastgelegd. Tenslotte worden de resultaten van de toetsen geanalyseerd en besproken.

Op groepsniveau is de leerkracht bekend met de leerlijnen, de opbouw van de methoden en de einddoelen, die de groep aan het einde van dat schooljaar moet hebben bereikt. Aan de hand daarvan worden ambitieuze tussendoelen gesteld. Natuurlijk houdt de leerkracht rekening met verschillen tussen leerlingen maar houdt wel de groep als geheel bij elkaar. Binnen de groep wordt  bij verschillende vakken als rekenen en spelling gewerkt met 3 verschillende (sub)groepen om  zo groepen leerlingen te kunnen bundelen op hun eigen niveau.(zie handelingsgericht werken) Daarnaast worden er groepshandelingsplannen gemaakt om op specifieke onderdelen de prestaties te verbeteren.

Uiteraard stemt de leerkracht de leertijd en instructie af op de individuele capaciteit van de leerlingen. Op groepsniveau worden de resultaten regelmatig  besproken met de Intern Begeleidster (IB-er).

Ook binnen de groep bespreekt de leerkracht regelmatig met de leerlingen hoe hun leerproces verloopt.

De observatie van de individuele leerling, dus op leerlingniveau, en het vastleggen van observaties en toetsen begint eigenlijk al in groep 1. Op leerlingniveau signaleert de leerkracht mede op basis van een analyse van de methodegebonden toetsen welke leerlingen extra zorg nodig hebben. Het probleem van deze zorgleerling wordt door de leerkracht, eventueel met de IB-er geanalyseerd. Op grond van die analyses worden vervolgacties gemaakt om specifieke hulp te kunnen bieden voor het probleem.

We streven ernaar om gedurende het verblijf bij ons op school het kind zich zo effectief mogelijk te laten ontwikkelen en te verbeteren. Verslechteringen door  bijvoorbeeld verveling, problemen thuis, pesten, onderpresteren worden op individueel niveau zeer snel opgemerkt, bespreekbaar gemaakt met de ouders en andere betrokkenen. Essentieel bij opbrengstgericht werken is dus ook de communicatie tussen de ouders en de school. Er kan dan snel ingegrepen worden met interne of externe hulp.

Op stichtingsniveau is men goed op de hoogte van de opbrengsten van de school  en het college van bestuur van de stichting ondersteunt de school om de kans op hogere individuele opbrengsten van leerlingen te vergroten. Vanzelfsprekend toetst het college van bestuur het opbrengstgericht werken van de school aan het wettelijk kader.