Leerlingenzorg

In onze leerlingenzorg vinden wij het belangrijk dat er een goede samenwerking is tussen ouders, professionals en leerlingen, waarbij voldoende aandacht is voor elkaar. Voor iedereen zijn de mogelijkheden waarbinnen de hulp wordt geboden duidelijk, daarin staat het belang van het kind voorop.

We vinden het belangrijk om zoveel mogelijk preventief te werk te gaan. Hiermee wordt bedoeld dat ook vanuit de leerlingenzorg wordt meegedacht over de organisatie van een zo goed mogelijk schoolklimaat en een zo goed mogelijk onderwijsaanbod. Daarbij hoort dat we veel aandacht geven aan het ontwikkelen van een zelfstandige werkhouding en het goed kunnen samenwerken.

We geven in de groep bij het aanleren van de basisvaardigheden (lezen, taal en rekenen) hoofdzakelijk les volgens het activerende directe instructiemodel. We differentiëren in de groep door verlengde en alternatieve instructie voor leerlingen die hieraan behoefte hebben. Ook door een differentiatie in de verwerking van de lesstof komen we aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen tegemoet. In principe werken we op maximaal 3 niveaus in de groep (basisgroep, groep die meer aankan en de groep die iets minder aankan)

De hulpverlening vindt zoveel mogelijk plaats binnen de groep met behulp van een individueel programma (handelingsplan) De leerkracht is verantwoordelijk voor deze extra hulp aan de leerling.

De groepsleerkrachten kunnen een beroep doen op de ondersteuning en begeleiding van onze interne begeleiding binnen de school.

Als een leerling is aangemerkt als ” zorgleerling”, zal er ondersteuning plaats vinden. Dit kan op verschillende manieren gebeuren, afhankelijk van het probleem.

De hulp wordt in principe in de eigen groep gegeven door de eigen leerkracht op één van de volgende manieren:

  • Verlengde instructie. Als de groep na instructie aan het werk gaat, neemt de leerkracht één of enkele leerlingen apart aan de instructietafel om extra uitleg te geven. Dit kan zowel enkele keren, bij een eenmalig specifiek probleem, als voor een langere periode.
  • Extra instructie tijdens zelfstandig werken. Als kinderen zelfstandig bezig zijn met leerstof (b.v. tijdens de weektaak), neemt de leerkracht een leerling (of meerdere met hetzelfde probleem) apart om specifieke problemen aan te pakken. Op deze manier kunnen ook kinderen die meer uitdaging nodig hebben extra instructie krijgen voor meer uitdagende leerstof.
  • Als aanvulling op de extra instructie kunnen leerlingen een pakketje oefenstof krijgen om tijdens zelfstandig werken met het specifieke probleem te oefenen of om met extra uitdagende leerstof aan de slag te gaan. Dit kan eventueel ook thuis (in overleg met de ouders).
  • Eigen leerlijn. Als kinderen erg ver achter of voor zijn in hun ontwikkeling op één of meerdere terreinen, is meedoen met de groep niet (meer) mogelijk. Een leerling kan dan een eigen leerlijn krijgen met werk op eigen niveau. Bepaalde lessen volgen in een hogere of lagere groep kan daarbij een mogelijkheid zijn. Het einddoel moet voor leerlingen met een eigen leerlijn in het handelingsplan zijn omschreven.
  • Pre-teaching: Pre-teaching is een begeleidingsmethode waarbij bepaalde lessen die op school gegeven worden van te voren door de leerkracht al een keer worden behandeld.
  • Hulpmiddelen gedragsproblemen. Als kinderen tijdelijke/minder zware gedragsproblemen hebben, kan de leerkracht gebruik maken van hulpmiddelen zoals een (tijdelijk) beloningssysteem, een heen-en-weer-schrift enz. Ook kan de handleiding van KiVa als bronnenboek worden gebruikt.

Zo nodig verricht de intern begeleider een aanvullend onderzoek en/of gerichte observatie. De hulp die in het handelingsplan staat beschreven zal in principe binnen de groep worden geboden. De leerkracht stelt de ouders op de hoogte van de inhoud van het handelingsplan

Indien de geboden hulp niet voldoende resultaat heeft, wordt gezocht naar andere mogelijkheden. Er kan eventueel externe hulp ingeschakeld worden via de Catent Commissie van Arrangeren en Toewijzen (CCAT).